Zware dag

Goed geslapen en ontbeten vertrek ik tegen tien uur uit het Bunkhouse motel. Het pad dwars door de prairie trekt meer dan de makkelijker route langs de snelweg. Met de kaart die Gene voor me heeft getekend moet het lukken. Eerste drie mijl langs de snelweg, daarna de binnenlanden in.

De wegen die de navigator aangeeft komen niet overeen met de werkelijkheid. De kaart van Gene brengt me een eind maar laat me dan toch in de steek. Alles is prive terrein, geen pad dat me verder leidt. In de buurt zie ik een paar auto’s staan bij een huis in aanbouw. Het blijkt een stel uit Casper te zijn dat hier weidegrond heeft gekocht. Ik krijg toestemming om over hun land de route te vervolgen. Op een heuveltop staat een telefoonmast, daar moet ik langs wijst de man me de richting.

Vanaf het huis lijkt de route eenvoudig. Het is verder dan ingeschat en de heuveltop is de laatste in een serie, in hoogte opklimmende, heuvels zodat het behoorlijk inspannend wordt. De ene dag is de andere niet, vandaag kan ik de hitte moeilijk verdragen en rust waar schaduw is. Vanaf de laatste heuvel is de gravelweg die ik nemen moet te zien.

Na vijf kilometer op de gravelweg houdt ook deze plotseling op te bestaan. Ik ben dan bij Wendover, kolonisten noemden dit ColdWater vanwege een kreek die hier langs loopt. Helaas is de kreek droog, water begint een probleem te worden, te meer omdat ik onderweg een fles ben verloren. Terwijl ik nadenk over de te volgen route komt een rancher voorbij. Hij wijst me de weg, wederom door de prairie.

Op zijn aanwijzing volg ik de hoogspanningsmasten, deze moeten me op den duur bij de plaats Glendo brengen. Het is wel erg mooi zo in de natuur. De sporen van de mens zijn te zien, masten, ooit gereden wegen, nu dichtgegroeid, een lege huls, het vee en in de verte soms de glinstering van de zon op een passerende trein. De mens zelf is afwezig.

Een beregeningsinstallatie maakt een eind aan mijn waterzorgen. Het water is koel en zuiver, ik drink de dorst weg, vul de flessen en ga verder. Het landschap is glooiend met af en toe steile wanden, niet hoog maar wel zodanig dat ik een omweg moet nemen om verder te komen. Door de vlakke stukken prairie lijken de bergen soms ver weg maar het is hier rond de 1.500 meter hoog, op de grens van loof en naaldboom.

In de avonduren koelt een onweesbui af, stevige storm en regen, ik kom er moeilijk tegen in. Het blijft me nog steeds verbazen hoe snel zo’n bui komt opzetten en ook weer gaat liggen. Om halfnegen staat de tent is het windstil en droog. De lucht is zo ver afgekoeld dat ik het koud krijg. Heerlijk.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.