Vrijdag de 13e

Veel mensen beschouwen vrijdag de dertiende als een ongeluksdag. Mijn relatie met Marian begon op vrijdag de dertiende, alweer decennia geleden. We hebben het sindsdien altijd als een geluksdag gezien.

Vandaag is het weer vrijdag de dertiende. Ik ben van plan in 3 a 4 dagen naar Glenrock te lopen, een tocht van circa 90 km zonder huizen of dorpen. Veel drinken bij me, meer dan 4 liter, maar ik moet hopen op een kreekje of watermolen onderweg.

Deze zomer is extreem warm en droog. De overheid verbiedt open vuur en schat het brandgevaar in op extreem hoog. In de omgeving woeden verscheidene branden die niet of nauwelijks zijn te doven.

image

Het is warm, te warm om lang te lopen, halverwege de ochtend, nergens schaduw langs de weg, klim ik een hek over en rust in de schaduw van wat bomen. De eigenaar ziet me, informeert of ik in orde ben, vindt het niet erg dat ik op zijn land rust maar ik mag beslist geen vuur maken. Ook de sigaret ik die ik rook moet uit. We praten wat en hij legt me uit waar ik langs moet om dicht bij de trail te blijven, door de weidegronden.

Niet helemaal zeker of ik de instructies goed heb begrepen besluit ik het oorspronkelijk plan te volgen, over landwegen.  Dat pakt niet goed uit, het pad komt uit op het erf van een ranch, de navigator laat me in de steek. Gelukkig komt net een rancher langs, ik krijg zijn toestemming mijn oorspronkelijk pad te volgen maar legt hij uit de trail loopt ergens anders. Hij vertelt erover, lijkt me toch wel interessant, wel over weidegrond. Eerst terug naar het begin van het pad, hij rijdt me er naartoe. Vandaar verder lopen.

Nog geen halfuur later, ik nog op de weg, stopt een geaggiteerde man, vraagt wat ik doe. Nu kan ik wel overweg met deze emoties dus ik leg rustig uit wat het plan is en dat ik toestemming heb over de weide te lopen. Daar zat ik toch mooi mis, de man blijkt de eigenaar van de ranch te zijn en vindt het geen goed plan dat ik door zijn land trek. Veel te warm en te droog, van zijn buurman wist ie dat ik rookte (moet ik toch eens mee ophouden) en het laatste dat hij hebben kan is een brand, het zou zijn bedrijf ruïneren.

Het blijkt best een aardige kerel te zijn, we praten wat, hij verontschuldigt zich vele malen dat ik nu niet over zijn land kan, als het natter was dan wel, ik respecteer zijn keuze vraag naar een andere route. Op de weg tekent Rocky Foy een kaart, vertelt me over de weg naar het plaatsje Esterbrook, zuidrand van het Medicine Bow National Forrest en over bezienswaardigheden onderweg. We nemen afscheid met een handdruk.

Het wordt een verschrikkelijk tocht. Veel te warm om te lopen, maar wil ik Esterbrook halen dan moet ik ook op het heetst van de dag lopen. Het gaat veel heuvel op, een beetje heuvel af, alles begint zeer te doen en door de stijging raakt ik buiten adem. Het hoogteverschil is een kleine kilometer, mijn lichaam heeft moeite met de ijlere lucht. Om zeven uur ‘s avonds bereik ik totaal uitgeput het plaatsje Esterbrook. Alle drinken is dan al op.

image

Het is een klein plaatsje, in het enige restaurant bestel ik koffie en vraag de menukaart. Navraag leert dat er niet betaald kan worden met een creditcard, in het dorp is geen telefoon of internet. Mijn contact geld is op, betaal al weken alles met de creditcard. De koffie is al ingeschonken.

De eigenaar (Larry) laat me de koffie opdrinken, ik ben nog steeds kapot, kom maar niet op adem. Larry ziet me worstelen en schenkt nog een kop koffie in. Later nog een. Mijn lichaam wil maar niet herstellen. Whitney brangt me wat gebakken aardappelchips. Even later komt Larry terug met een hamburger met verse groente. Iemand die zo’n stuk heeft gelopen moet eten vindt hij. Op mijn vraag of ik wat terug kan doen antwoordt hij dat ik de helpende hand maar moet reiken als ik een persoon tref die in nood verkeerd.

Bijna te uitgeput om te eten krijg ik het meeste toch op. Tijd om te vertrekken, ik vraag naar het visitekaartje van het bedrijf en vertel dat ik de trail loop. De flessen gevuld met water, de rugzak al om en bijna bij de deur wordt ik tegen gehouden door Star, de eigenares wil met me praten. Dee nodigt me uit de nacht bij hun door te brengen en ‘s ochtends met ze te ontbijten. Heel graag, ik ben ontroerd, hier had ik niet op gerekend.

Het zijn bijzonder aardige en warme mensen. Larry was zetter bij de krant in Casper, Dee redactrice. Ook in amerika hebben de kranten het zwaar, de energie steken ze nu in het restaurant. Dee vraagt me hoe we in Nederland naar de amerikaanse politiek kijken. Obama is niet geliefd in middenwest amerika. De wijzigingen die hij voorstaat, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg, zien ze als inmenging en bedreiging van hun vrijheid. Ik leg uit hoe het in Nederland is geregeld en ze vraagt zich af of we ons niet heel erg onvrij voelen. Het is denk ik vooral wat je gewend bent, als Dee ernstig ziek zou worden moet ze de rekeningen zelf betalen. Ze overweegt om in die situatie te kiezen voor het sterven in plaats van haar man met hoge rekeningen op te zadelen. Of dat nou zo veel vrijer is waag ik te betwijfelen. Het is vooral de verandering waar tegenop gezien wordt.

Vroeg naar bed, er moet ‘s ochtend voor een groep van 25 brandweermannen ontbijt worden gemaakt. In de buurt van Esterbrook zijn in totaal 150 brandweerlieden gestationeerd. Nog steeds uitgeput val ik als een blok in slaap.

De oorspronkelijke tocht van 3 a 4 dagen had ik onder deze weersomstandigheden waarschijnlijk niet gered. Deze lieve mensen van de Esterbrook Lodge had ik op die tocht zeker niet ontmoet. Alles heeft goed uitgepakt. Vrijdag de dertiende blijkt voor mij nog steeds een geluksdag.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.