The Royal Inn

Wakker worden in een tunnel, zwaluwen aan de ene kant druk bezig een nest jongen te voeden een nieuwsgierig hert aan de andere kant, het kan minder. In een rustig tempo naar Casper, nog maar een paar kilometer te gaan, geen haast het is nog vroeg.

Casper een grote stad in deze contreien. Op weg naar het van te voren uitgezochte motel komt The Royal Inn in zicht. Goede wifi, redelijke prijs, zin in een kamer, dus doen. Een naam van allure, een kamer die daar niet aan kan tippen. Warm, de airco produceert meer warmte dan verkoeling. De aflopende vloer is bedekt met een grijs versleten tapijt, de kleur kan de vlekken niet verbloemen. De bedden zo vaak beslapen dat het matras doorzakt en een kuil vormt. De wc blijft klaterend doorstromen, een fikse klap op de stortbak verhelpt. De handoeken waren ooit wit, het weer zit in het douchegordijn. De shampo in het reservoir is op, de schoonmaakdoekjes ook. De lampen hebben geen aan-of-uit knop, de stekker blijkt de knop. Het bureau is vettig. The Royal Inn serveert geen koffie of ontbijt, de eerste gelegenheid op twintig minuten lopen. Het plan om hier twee dagen te blijven is binnen een kwarier achterhaald.

Casper is voorlopig de laatste grotere stad op de trail, vanaf nu wordt het zwaarder, weinig dorpen, dus weinig gelegenheid voedsel of water in te slaan. In een outdoorshop waterzuiveringstabletten, waterfilter en een nieuwe broek gekocht. De grens is bereikt als de onderbroek door de scheuren te zien is. Nog geen volmaakte zwerver, uiterlijk vertoon speelt kennelijk nog steeds een rol.

Terug naar het motel, onderweg weet een Texaan, Bobby, trots te vertellen dat Texas ooit een onafhankelijk land was en onder andere de staat Wyoming aan de Verenigde Staten heeft geschonken. Hij begeleidt de bouw van een energie centrale in Wyoming, aardige kerel.

Terug in het motel, ondanks de airco is het binnen warmer dan buiten, wat uitrusten, de tocht naar de outdoorshop heeft het grootste deel van de middag genomen. Het bezoek aan fort Casper schiet er vandaag bij in.

‘s Avonds op de gallerij even buiten zitten, sigaret roken. Er komt een man aangewaggeld, door drank niet vast meer ter been, vraagt of hij bij me mag zitten. Natuurlijk. Een slok uit de fles drank die hij bij zich draagt lijkt me geen goed idee. Er ontspint zich een heerlijk, warrig en soms aandoenlijk gesprek. Michael vertelt dat hij een Navy Seal is maar zich nu onder de radar bevindt, hij gebaart zijn uitspraak door de hand steeds verder naar de grond te brengen, kijkt listig en zegt dat ik het wel begrijp. Nee, eigenlijk niet, mijn hand moet ook mee naar de vloer, ja, daar wordt het een stuk duidelijker van. In een kameraadschappelijke genegenheid slaat hij me zachtjes op de schouder en arm. Voor vanavond zijn we vrienden. Michael is scherpschutter, zegt veel mensen te hebben beschoten, laat schotwonden zien, kijkt bedrukt, het valt hem niet makkelijk daar aan te denken. Vrienden hebben zelfmoord gepleegd, niet in staat de gruwelen van de oorlog te verwerken, Michael heeft de drank gevonden. De hele tijd legt hij een imaginair geweer aan de schouder en vuurt, niet op mij natuurlijk, wij zijn immers vrienden. We filosoferen wat over de gevangenis die de eigen geest is en over het ontsnappen daaruit. Geen God voor Michael, alles op eigen kracht ook al is het niet altijd mooi. We begrijpen elkaar. Deze prachtige dronkaard reist over de wereld, de volgende opdracht wacht in SyriĆ«. Het maakt me niet uit of het allemaal waar is, vanavond geloof ik hem onvoorwaardelijk.

The Royal Inn, toegegeven wifi was ok, de douche was warm maar het beste aan dit motel was het gesprek met Michael.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.