Terug naar Marian

Misschien is het de herfst, de grijze dagen, regen en vallend blad dat het gemoed zwaarder stemt. Misschien is het de melancholieke muziek, het hart leger, starende blik en zelfgezocht verdriet dat het gemis bijna ondraaglijk maakt. Of misschien de gesprekken met Steve en Andy die het laatste zetje geven. Met het bereiken van Oregon City is de bodem onder m’n verblijf in de VS weggevallen. Vier maanden wachten totdat Marian bij me komt duurt me te lang.

Het is maandagochtend, om tien uur heb ik een afspraak met Andy, hij heeft een geschikte auto te koop. Negen uur, taxichauffeur Steve haalt me op, het bedrijf waar Andy werkt ligt 21 mijl verderop, in Beaverton.

Steve is een prachtige grote zwarte man, gezet, een gulle lach en een zware stem. Veertig minuten duurt de rit, geen seconde verveeld. We praten honderduit, een breed scala aan onderwerpen, kinderen, muziek, vingerende lesbiennes en pompoenneukers, inspiratie, dromen, eten, de oregon trail natuurlijk maar vooral over vrouwen en de pijn die ze kunnen veroorzaken. Steve ligt in scheiding, financieel uitgemolken, de kinderen tegen ‘m opgezet, hij is alleen goed als ze geld nodig hebben. “She is messing with my head”, hij herhaalt het vaak. Clown en entertainer, humor en zelfspot gedijen goed in pijn en ellende.

De auto blijkt veel duurder dan ik dacht gezien te hebben op internet. De deal gaat niet door. Andy is een geschikte kerel en geeft me een lift van Beaverton naar Portland, zo’n 15 mijl verderop. Tijd genoeg voor een goed gesprek. Opnieuw beginnen, gestorven vaders, werk, familie en wederom vooral vrouwen, liefde en gemis. Andy’s vrouw heeft MS, in een progressief stadium, de vooruitzichten zijn ongunstig, ze verblijft veel in kliniek en kuuroord. Eenzaamheid, de mijne zelfverkozen, die van Andy noodgedwongen. Hij verzucht, wanhopig, niet te weten wat te doen als ze er niet meer is, koestert ieder goed moment dat ze samen hebben.

Twaalf uur maandagmiddag, centrum Portland, regen, geen auto, op zoek naar een motel. Doorweekt bereik ik na twee├źn een motel. Het is mooi geweest, ik wil naar huis, naar mijn lief, naar Marian.

Eind van de avond heb ik een ticket.
In de lente komen we terug.

This entry was posted in Terug and tagged . Bookmark the permalink.