Tegenslag

Het plan om een dag langer op deze plaats te blijven, geef ik op zodra ik wakker word, het stormt. Door weken lange droogte stuift de klei, ik voel het tussen m’n kiezen, proef het en wordt er mee bedekt. Half negen ben ik ondeweg, op naar Hebron.  

Wat een dag, heet en storm, lopen valt tegen. Open terrein, weinig schaduw, veel rusten en drinken. Tegen twee uur, het is te warm verder te gaan, rust ik de rest van de middag in een beschaduwde plaats. Doezel af en weg. De storm houdt aan, gelukkig rond zessen iets koeler, weer op pad.   Weinig aanspraak, kom nog een paar mannen tegen die spreken van een afschuwlijke dag, veel te warm voor de tijd van het jaar en dan die storm. Gelijk hebben ze.  

Acht uur is het als ik een plaats aan de rivier vind, tent opzetten en eerst water filteren. Het is troebel water, het filter raakt verstopt en pompen gaat dan steeds zwaarder. Toch doordrukken, meer kracht zetten dan goed is, het pompje breekt af. Ben daar niet blij mee, water filteren maakte ondedeel uit van wtervoorziening tussen de dorpjes. Morgen maar kijken in Hebron of het te repareren is.  

Koken dan maar, het water is troebel, maar gezuiverd en veilig om te drinken. Thee, koffie en noedels.  

Een onweersbui trekt over, het wordt windstil als de donderwolken recht boven me hangen. Er is niet veel dat je kunt doen als een onweersbui je overvalt (niet onder bomen staan, niet vlakbij grote voorwerpen staan, niet op grond liggen, etc. Heb die dingen uitgezocht voordat ik op weg ging), ik sta buiten en wacht af, kijk naar de vuurvliegjes, voel hoe een aarzelende regen inzet maar al snel weer afhaakt en voel me nietig bij iedere bliksemflits.  

Het is donker, nog steeds warm, probeer te slapen, het is opgehouden te onweren.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.