Noodweer op komst

De vrouw met wie ik bij het verlaten van de Sand Bar Saloon nog enkele woorden gewisseld had, niet veel meer dan een groet, bleek ‘s nachts de weg naar mijn dromen te hebben gevonden. Die licht loezende blik, nauwelijks waarneembaar, net genoeg om zachtheid en mysterie te suggereren, wordt daar altijd een beetje week van. Stormachtige wind, klapperende tent, onrustige nacht.  

Oak is uitgestorven. De zestig inwoners die het bord bij binnenkomst aangeeft, is ook al decennia lang een overdreven weergave van de werkelijkheid. Zondagochtend, negen uur, geen sterveling. Ik vertrek om half tien, water bijgevuld, eten genoeg.  

Het is halfelf als ik Brent Jensen ontmoet. Brent is farmer, ziet mij lopen, knoopt een gesprekje aan. Dacht al dat ik de trail liep, vertelt waar hij zoal geweest is, o.a. Rotterdam, mijn geboortestad, altijd goed.  Vertelt verder over reizen naar griekenland, ik vraag waarom hij daar is geweest. Waarom loopt een Nederlander in Nebraska? Vind ik een goed antwoord, we lachen wat, wisselen gegevens uit bij het afscheid. Voordat Brent vertrekt waarschuwt hij voor onweer, hagel en mogelijk een tornado, zal vanaf drie uur langzaam opbouwen. De lucht is strak blauw.  

Halftwaalf, ik ontmoet Brent opnieuw, nu samen met zijn zoon, die wou mij ook wel eens ontmoeten. Vrienden van Brent bezitten de Pathfinder Ranch in Wyoming, tussen Independence Rock en Casper loopt de trail 50 mijl langs die ranch. Een van de grootste veehouders uit de staat, zijn ook aardige mensen, moet ik zeker langs gaan adviseert Brent. We nemen weer afscheid, ik krijg koud water, een zak gedroogd vlees, eigen vee, het beste wat nebraska te bieden heeft, en gedroogd hertenvlees, zelf geschoten. Dat gedroogd vlees is inderdaad 100x beter dan dat wat de supermarkt aanbiedt. De lucht nog vrijwel onbewolkt, de wind niet harder dan voorgaande dagen.  

Het is vier uur, wolkenformaties duidelijk zichtbaar, ik loop de plaats Edgar binnen. Alles gesloten i.v.m. Memorial day. Beetje rondhangen in Edgar, coca-cola machine vlakbij, geen dorst. Skype wat, check de weersberichten. “Severe Thunderstorm Watch” geldt voor het gebied. Het is drukkend warm, de wind wakkert iets aan. Ik lees in de waarschuwing dat er geen tornado komt en besluit verder te gaan, op weg naar Fairfield.  

Zes uur, de wind waait nu serieus harder, donderwolken beginnen zicht te vormen. Ik loop aan de luwzijde van het spoor, kijk of er goede schuilplaatsen zijn als wind of hagel bedreigende vormen aannemen.  

Halfacht, de luwte van de spoorlijn is, nu de wegen niet meer parallel lopen, een gemis. Het wordt tijd om een schuilplaats te vinden in dit vlakke land, ontdaan van bomen. Het rommelt behoorlijk in de lucht. Brent had al gezegd dat de storm uit het westen kwam (rocky mountains) en in twee, drie uur voorbij zou razen.  

Even na acht, een paar graansilo’s en een schuur, aan een zijde open, breken de wind, loszittend metaal klappert in de nog altijd toenemende wind. Tegen schemertijd zet ik de tent op, ideaal is het hier niet, een tornado zou de schuur omblazen en mijn tentje bedelven.  

Tien uur, het is vrijwel donker, in de verte onweert het heftig, de hemel is continue verlicht door bliksem, in mijn gezichtsveld zijn dat tientallen flitsen tegelijkertijd. Het komt mijn kant op.  

Halfelf, de storm blaast het noodweer verder, in een minuut tijd is de temperatuur wel 15 graden gedaald, het is koud, de bliksemontladingen zijn overweldigend, af en toe een inslag. Regen valt in korte heftige buien. Zover als ik kan kijken, onweert het. Wat een spektakel, wat een geluk dat er genoeg ruimte in de schuur is om te staan en schuilen.  

Tegen twaalven lijkt het ergste voorbij te zijn en kruip ik koud en slaperig in de tent. Hopelijk slaap ik vannacht wel goed.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.