Muzikant

In de buitenwijken van La Grande, richting het westen is, als een van de laatste bouwwerken, nog een benzinestation te vinden. Gisteren heb ik het stadje verkent en besloten daar de laatste inkopen te doen en water bij te vullen. Rond het middaguur, op een prachtige herfstdag, zit ik daar van een kop versgezette koffie te genieten.

Het is druk, auto’s rijden af en aan, het personeel wast als extra service de ramen van de tankende klanten. Veel aanspraak heb ik niet, af en toe een knik of korte groet. Het maakt me niet uit, het is aangenaam warm, de zon schijnt en de herfstkleuren zijn schitterend. Het beloofd een mooie dag te worden.

Halverwege de kop koffie komt een man naar me toe lopen, geen idee waar ie vandaan kwam, hij was er opeens. In zijn hand een platgedrukt peukje, meer vloei dan tabak, zo te zien ook wat vochtig. De man vraagt een vuurtje, zag dat ik rookte, vandaar. Natuurlijk, ik geef hem de aansteker, hij houdt ‘m wat onhandig vast, steekt de peuk niet aan maar begint te praten.

Zelden heb ik een mens meer en sneller horen praten dan deze man. Al snel is duidelijk dat hij muzikant is, of beter gezegd was. Hij heeft een ongeluk of ziekte gehad waardoor het lange termijn geheugen bijna geheel is weggevallen. Hij vertrouwd me toe dat het met het korte termijn geheugen ook niet al te best gesteld is.

Het wordt een prachtig gesprek, er is geen touw aan vast te knopen en de zinnen komen uit songteksten van de beatles, grateful dead, janis joplin en tal van artiesten waar ik nooit van heb gehoord. Hij is verguld als ie verneemt dat ik uit nederland kom, image all the people, ik kan als ik dat wil bij hem overnachten.

Alle grote muzikanten sterven jong, hij noemt een aantal, mijmert even bij Elvis, besluit dan dat het de gebakken broodjes pindakaas met banaan moeten zijn geweest in plaats van de pillen. Ik probeer een duit in het zakje te doen door Amy te noemen maar kan door het spervuur aan woorden niet op haar naam komen. Hijzelf is alive and kicking en vastbesloten negentig te worden, nog drieendertig jaar te gaan. Pillen heeft de muzikant ook wel eens gebruikt, purple haze, maar nu niet meer. Gedurende het gesprek, monoloog is meer op z’n plaats, hoopt het speeksel zich meer en meer op in de mondhoeken, het begint zelfs wat te schuimen.

De muzikant heeft met vele grote namen gespeeld, als ik het goed heb percussie en wat piano. Hij noemt een aantal namen uit de blueswereld, lokale helden, zoveel is zeker, misschien ook van wereldfaam. Gereisd heeft de muzikant ook in zijn betere dagen, nu kan dat niet meer maar hij is op de weg terug. Een verfrommeld peukje in de ene hand, de aansteker in de andere nog geen poging ondernomen vuur in de peuk te krijgen. Ik bied hem een sigaret aan.

Ik zit op de stoeprand, de muzikant blijft staan, buigt zich af en toe voorover om me beter aan te kunnen kijken. Scherpe felle ogen in een mager, bruinverbrand gelaat, een schuimende lach om de mond. Eindelijk steekt ie de sigaret aan, vergeet vervolgens te roken waardoor het ding ook vrijwel direct weer uit gaat. Ik geef ‘m de aansteker, hij is er blij mee, schudt me de hand, neemt bijna afscheid maar moet, voor de derde keer, kwijt dat het werkelijk een prachtige dag is.

De muzikant neemt het leven zoals het komt dezer dagen.
Let it be

Hij verdwijnt om de hoek van het benzinestation in een blauwe rookwolk.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.