Lennie

Glenrock makkelijk gehaald, om elf uur aan de koffie. Te warm om verder te gaan zoek ik verkoeling in de bibliotheek, een zekere plaats voor wifi. Tegen drie uur een restaurant opzoeken en eindelijk weer eens goed en veel eten.

Jaren geleden lwamen Marian en ik in Deventer Han de Wit tegen. Of toch in ieder geval een jongen die zo uit het boek van Heere Heeresma kon zijn weggelopen. Ik verdenk hem er tot op de dag van vandaag van dat hij bij thuiskomst even voelt of de was aan de lijn al droog is.

Vandaag ontmoet ik Lennie de geestelijk wat achtergebleven reus uit het boek Of Mice And Men van John Steinbeck. Lennie houdt er vooral van zachte dingen te strelen zoals konijntjes en puppies maar kent z’n eigen kracht niet en dood ze soms per ongeluk.

De man aan de bar van het restaurant waar ik heb gegeten is enorm, groot, sterk en zwaarlijvig. Kleine ogen in een vlezig grof gesneden gelaat. Volle baard, uitdunnende haardos. Onder een t-shirt bollen vetrollen op in de nek, een grote buik trekt het shirt strak. De broek zit achter wat te laag, af en toe sjort hij er aan, het helpt niet veel, de buik zit in de weg.

Hij zit op een kruk die te klein voor hem lijkt te zijn. De bestelde pul root beer gaat vergezeld van een grote karaf waar zeker nog drie pullen uit geschonken kunnen worden. Hij is vaste klant, de dames achter de bar kennen hem. Een groot bord eten wordt geserveerd, Lennie valt hongerig aan.

Een man maakt een grapje, Lennie lacht, maar de lach klinkt alsof hij weet dat er om grappen gelachen moet worden maar de clou er van niet vat. Af en toe maakt Lennie een opmerking, tegen niemand in het bijzonder, grappig bedoeld, hij lacht er zelf om, als enige, een zware bas. De dames glimlachen professioneel.

Als Lennie opstaat gaat dat traag, hij beweegt langzaam en voorzichtig, alsof hij niet vertrouwd is met dat grote lijf van hem en in het verleden al te vaak iets heeft omgestoten of kapot gemaakt. Veel aanspraak heeft hij niet, de mensen in de bar lijken hem te mijden.

Ik verlaat het restaurant, laat Lennie achter waar ik hem gevonden heb, hoop dat hem een beter lot wacht dan zijn naamgenoot uit het boek. Tijd voor wat boodschappen in de superfood winkel. Tegen halfacht is het zo ver afgekoeld dat een stuk lopen te doen is. Om negen uur staat de tent, langs de snelweg, ik heb wel eens betere plekken gehad maar voor vandaag is het goed genoeg.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.