Leeftijd

Enige weken geleden omschreef Lee Johnson, ik was bij hem te gast tijdens Memorial Day, mijn leeftijd als “Old enough to know better, young enough to still do it”. Een omschrijving waar ik me in kan vinden. Ontworstel me daarmee aan het juk dat de mensheid zich zelf oplegt door alles in gelijke eenheden te willen onderverdelen, te structureren, kaderen en vervolgens labelen. Alsof daarmee alles hanteerbaar wordt. Vanaf nu is mijn leeftijd niet langer een getal maar een zin. Pas op mijn sterfbed overweeg ik het herschrijven daarvan.

Op een steenworp afstand van mijn kampeerplaats is het benzinestation waar ik gisteren koffie heb gedronken, dus waarom de dag niet goed beginnen. Koffie, sigaretten en een broodje. Tja, die sigaretten, dat is een slechte gewoonte, maar het heeft iets om ‘s avonds bij een kampvuur, hete zwarte koffie te drinken, een sigaret te roken en te luisteren naar de geluiden van de nacht. Later krijg ik er misschien spijt van, ik leef nu.

De kassiere vraagt of ik al ouder ben dan 18, ik moet lachen, bedank haar voor het stellen er van en zeg dat ze mijn dag gemaakt heeft. Ze is van portugese komaf, getrouwd met een amerikaan en in Brady beland. Als ze hoort dat ik de trail loopt valt de vlot babbelende dame stil, ik zie dat ze zich voorstelt dat zelf te moeten doen en welk een gruwel dat bij haar naar boven brengt. Ieder het zijne, zeg ik, daar is het meer dan mee eens.

Een jonge man brengt me een sandwich, is nog vers, een uur geleden gekocht bij de subway, hij is bijna op de plaats van bestemming, heeft geen voedsel meer nodig. Het is een voortreffelijke sandwich, stokbrood formaat, minstens 40 cm, rijk belegd. Dank aan deze onbekende amerikaan die model lijkt te staan voor de genereuze bevolking in het midden westen.

Bijna tien uur, een koele, bewolkte dag die de belofte van regen met zich meedraagt. Vandaag wil ik fort McPhersson bezoeken, ‘t valt wat tegen, op de plaats waar het fort vroeger stond, is nu alleen nog een standbeeld met wat tekst te vinden, het fort is verplaatst, waarom wordt niet duidelijk. Het nieuwe fort doet dienst als nationale begraafplaats voor gevallen oorlogshelden, wel indrukwekkend, maar als toerist bevind je jezelf op grond waar je niets te zoeken hebt. Ik kijk even rond en vertrek vrij snel daarna.

image

De hele dag heb ik het gedicht Avond van Willem Kloos in gedachten, het mooie laatste deel, de drang van een vermoeid hart steeds luider te slaan, ik vermoed dat hij zijn leeftijd ook niet in een getal liet vangen.

De regen, waar de boeren al weken op wachten, komt dan eindelijk aan het eind van de middag. Geen goede omstandigheid om nu te stoppen, ik loop rustig door. Met de regen komt ook onweer en harde wind. Het is negen uur, even droog, ik zet de tent op. Mijn haringen, ik raak ze in rap tempo kwijt, zijn een samenraapsel van metaal, aluminium (walmart), houten spiesen en een vork. De tent komt evenwel mooi vast te staan. Het onweert er nu lustig op los, de schrik ervoor die ik in de eerste weken ervoer, is verdwenen, kan er nu toch niets meer aan veranderen.

Midden in de nacht, de wind is stormachtig, flappert het doek, is een stok omgewaaid en zijn de meeste haringen los. Ik herstel het zo goed mogelijk, weet dat ik weer haringen ben verloren en probeer de slaap te hervatten.

Avond

Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
De witte bloesems in de scheemring — ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet
In teêrheid… Rust — o, wondervreemd genucht!
Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid dat nog van verre sprak,
Verstierf — de wind, de wolken, alles gaat
Al zachter en zachter — álles wordt zo stil…

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zó moê is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.

Willem Kloos

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Leeftijd

Comments are closed.