Blik op oneindig

Nog 37 mijl naar Kemmerer, vandaag proberen rond de twintig af te leggen morgen de rest. De weg loopt voornamelijk omhoog, een harde tegenwind erbij en het wordt zwoegen. Het ritme veertig minuten lopen tien tot twintig rusten moet ik al snel loslaten, het lijkt wel of er te weinig zuurstof in de lucht zit, zo hoog is het nu ook weer niet, ongeveer drieentwintighonderd meter, bovendien moet ik langzamerhand wel eens geacclimatiseerd zijn.

Het waterverbruik ligt hoger dan ik zou willen. Regelmatig kleine slokjes zegt het verstand maar de fles eenmaal aan de mond drinkt het lichaam gulzig. Oog voor de schoonheid van het eenzame land is er niet meer, hijgen, zwoegen, omhoog, tegen de wind in, mijl na mijl. Voorovergebogen, onder het gewicht van de rugzak zie ik niet veel meer dan de paar meter asfalt voor me.

image

Carter, gehucht, heb er een inwoner gezien

image

Veel zand en sagebrush...

image

...af en toe wat bomen.

Zoals iedere dag, wijs ik ook vandaag weer lifts af. Het gemak en de snelheid waarmee de auto’s hun weg vervolgen doet me op dit soort dagen wel eens twijfelen aan de juistheid van mijn voornemen de trail te lopen. Toegeven is geen optie.

De State Troopers houden me aan, controle, ik vind het best, even een langere pauze, wat afleiding en gesprek. Aardige jongens, vragen of ik hulp nodig heb, of ik de weg weet, of alles in orde is. Ze maken wat aantekeningen en vertrekken weer. Twintig minuten langere pauze gehad.

Rond drie uur zo uitgeput dat een langere pauze noodzakelijk is, in de schaduw van een buis lig ik een uur uit te hijgen, eet en drink dan wat en vertrek nog een uur later. Twaalf mijl afgelegd, nog acht te gaan. De verleiding hier te blijven is groot, maar dan kom ik zeker in de problemen met de watervoorraad, ik moet verder, geen keuze.

Bijna twintig mijl afgelegd heb ik het geluk een klein stroompje te vinden. De Lincoln Creek bevat nog wat water, ik vul de lege flessen, de wereld ziet er ineens veel rooskleuriger uit. Nu een plek vinden, een buis, duiker onder de weg waar ik vuur kan maken.

image

Lincoln Creek

Na eenentwintig mijl brandt er een vuurtje, kookt het rivierwater, drink ik een paar koppen koffie, maak noedels en drink met anderhalve liter thee de hoofdpijn weg die gedurende dag is komen opzetten. Morgen nog zestien mijl, nu slapen.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.