Blessure

De afgelopen dagen misschien iets te veel kilometers afgelegd, de scheenbeenblessure van twee maanden geleden speelt weer op. Direct de eerste kilometer is het al voelbaar, veters losjes gestrikt, rustig tempo, langere pauzes, de zeurende pijn blijft. Oppassen dat het niet erger wordt, vandaag heb ik luxe het rustig aan te kunnen doen, eenmaal op weg naar Atlantic City moet ik doorlopen, de watervoorraad is niet onuitputtelijk.

image

Ook hier zijn ratelslangen.

Vanaf zes uur onderweg, verscheidene mensen bieden me een lift aan. In Jeffrey City heb ik vernomen dat er toch een weg direct naar Atlantic City is, dat scheelt me een omweg over Lander van twee dagen. Ik vraag een van de automobilisten er nog eens naar. De vriendelijke man weet het niet maar pakt de kaart erbij. Hij heeft een kist vol kaarten, verklaart dat door te zeggen dat hij in z’n eigen badkamer nog verdwaald. Na wat zoeken vindt hij inderdaad de gravelweg tussen Sweet Water en Atlantic City. Bij het afscheid nemen krijg ik wat koek en een grote tros druiven mee.

image

Sagebrush, zand en dor gras.

Om elf uur is het erg warm, de pijn vervelend, toch al niet fit na een slechte nachtrust besluit ik een lange pauze te nemen. In een drainagebuis, een doorsnede van een meter, vind ik schaduw. De slaapmat uitgerold val ik in slaap.

Droom over de verkiezing van de beste serie ooit, het blijkt Dallas te zijn, Rene Mioch legt in een twintig minuten durende special uit waarom. De serie wordt herhaald, ik kijk de pilot met Bo Hopkins. In een witte Renault 4, rijden we door de stad, ik ken de bestuurder niet, we stoppen bij supermarkten en slaan veel en lekker eten in. In een hangmat kijk ik naar de pilot van Dallas, uit de kast heb ik koeken gepakt, een vlaflip van yoghurt, vanille vla en bessensiroop staat naast me. Een Italiaans restaurant, jasje verplicht, voor een vriend koop ik er een, eenmaal binnen zit iedereen in t-shirt en polo. Het eten is er goed. De witte Renault 4 zet me af bij de drainagebuis, tassen vol voedsel.

Vier uur ‘s middags word ik wakker in de buis, er zijn nog wat druiven over. Ik heb honger. Er is geen hout, de buis te klein voor vuur. Er dreigt onweer. Ik voel me nog niet fit maar beter dan vanochtend. Na wat aarzelen toch maar weer verder. Een kilometer verder is een prima slaapplaats, weer in een buis, deze is groter.

Vuurtje gestookt, koffie, thee en noedels, ik voel me een stuk beter. Sweet Water Station nog 5 mijl, prima te doen morgenochtend, daar rusten tot het koeler wordt en dan in de avond starten met de oversteek naar Atlantic City.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.