Arlington

Het is nog donker, ontbijten gedaan, inpakken (dat kost iedere keer weer meer tijd dan ik verwacht) en bovenal droog. Afgelopen nacht heeft het gewaaid, tent en dekzeil zijn sinds lange tijd weer eens droog ingepakt. Even voor negen onderweg, met regen, nog negen mijl naar Arlington.

Weer een dag langs de interstate, saai. Het gaat langs de Columbia rivier, aan de overkant ligt de staat Washington. Het schiet wel lekker op langs de snelweg, weinig reden meer te rusten dan noodzakelijk.

Arlington is een klein plaatsje, een shell benzinepomp / winkel met prijzen minstens drie keer hoger dan in een walmart of andere supermarkt. Het is de enige winkel in het dorp, niet veel keuze, even slikken bij het afrekenen. In een restaurantje wat warms eten met veel groente. Caloriën kopen bij een benzinepomp lukt aardig, verse groente of fruit zelden.

Bij de pomp raak ik in gesprek met een jonge militair, nationale garde, èèn weekend in de maand in uniform, trainen. Net een fysieke test achter de rug, resultaten goed maar kon beter, hij besteedt z’n vrije tijd liever aan video games dan aan training. Om zich een nonchalante, stoere houding aan te meten spuugt ie gedurende het gesprek dikke fluimen speeksel om het trottoir. Een aandoening waar vooral jongens en jonge mannen last van hebben, ze groeien er meestal overheen. Hij heeft een jaar in Irak gediend, vond het stomvervelend, geen enkele opwinding, hij heeft niet eens onder vuur gelegen.

Het gesprek dwaalt wat af richting vrouwen. Een jaar lang heeft z’n relatie geduurd, noemt z’n ex een “controlling bitch”, mocht niet meer alles doen wat ie leuk vond en heeft haar de deur gewezen. Geen relatie weer voor de militair, alhoewel hij het met me eens is dat als je de ware treft het een anderverhaal is. Nee, hij houdt van het spel vrouwen te versieren, vraagt op vertrouwelijke toon of het waar is dat de meisjes in europa “easy” zijn.

Tja, ik heb eigenlijk nooit op die manier naar vrouwen gekeken, vind het ook denigrerend om ze op die wijze te beoordelen, ben meer het type dat ze op een voetstuk plaatst. Ik word gelukkig van de glimlach die een vrouw me schenkt en de belofte die daarin verscholen kan liggen. Een belofte die zegt, jij en ik, in een andere tijd, een ander leven, wie weet, misschien. Het mooiste aan die belofte is dat we beide weten dat ze nooit ingelost hoeft te worden en dat we heel even vrij zijn om weg te dromen. Daarna, als de ogen elkaar weer loslaten, zachtjes ontwakend in de werkelijkheid, is de dag net iets mooier dan voorheen.

Dat alles had ik kunnen zeggen maar ik maak me er van af door de schouders op te halen en te zeggen dat ik het niet weet. Even is de militair verbaasd, dan raadt hij dat ik al langere tijd een relatie heb. Even verderop, half verscholen achter een auto, staat een vrouw het gesprek geamuseerd te volgen. Zodra de militair haar ziet raakt ie in verlegenheid, stapt snel in z’n auto en rijdt er vandoor. De vrouw kijkt me glimlachend aan, “Hij is nog jong…” zegt ze.

Een paar uur na het dorpje biedt een wildcorridor onder de snelweg een droge en prima plaats voor de nacht. Een klein vuurtje om de kleren wat te drogen, een hap eten en het is donker, tijd om in de slaapzak te kruipen.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.